
Wat je ook nooit ziet, is dat iemand eens bij een uitvaartwinkel halt houdt en uitgebreid door de etalage gaat loeren. Dat komt ook omdat er niet veel van dit soort opbeurende detailhandels zijn. In Utrecht echter ligt er één langs de Amsterdamsestraatweg.
Uit pure nieuwsgierigheid heb ik op een dag door de etalage heen proberen te turen. Dat viel niet mee. De Amsterdamsestraatweg is het soort straat waar de fijnstof je om de oren vliegt, om maar te zwijgen over de onderuitglijdende scooters, de gaten in de straat en de rode stoplichten. Gelijk een uitvalsweg in om het even welke stad in Vlaanderen. Ik veegde het roet, rubber, vetvlekken en spuug van de etalageruit en bewonderde de inventaris.
Zo, dat mag wat kosten. Als typische Hollander werd ik financieel in mijn kruis getrapt waar ik bij stond. Wilde ik voor later alvast een stuk marmer aanschaffen zou ik zo maar even 3,5 salarisstroken moeten inleveren. Dat nooit! Ik zou nog liever samen met een zak ongebluste kalk (5 euro 50 voor 10 kilo) begraven willen worden in de achtertuin van het sanatorium. Ik liep verder.
Ik kwam langs het huis waar laatst een leraar dood in huis werd gevonden. Ik keek door zijn ‘etalage’ heen, maar niet voordat ik het bloed, fijnstof, spuug en vetvlekken ervan af had geveegd. Ik gaapte recht in de ogen van een entiteit die men ook wel kat noemt. Daar wilde ik niets mee te maken hebben en ging verder.
Zevenendertig meter verderop werd ik tot stilstand gebracht door een allochtone baard. Of ik misschien wist waar de Atoomweg lag. Een gevaarlijke vraag, ook in vredestijd. Als men De Telegraaf moet geloven zou dit individu wel eens de plaatselijk energiecentrale (gelegen aan de Atoomweg) willen proberen op te blazen. En de link atoom-allochtoon zou me ook eigenlijk ervan moeten weerhouden de man een dienst te bewijzen. In plaats van hysterisch weg te hollen en de AIVD te bellen, besloot ik de mens te helpen en dus wees in de richting van een hoge schoorsteen iets verder op en zei (met een half Kerkraads accent) “Jong, als du dat ding daar volgs, Kuns dich de Atoomweg nicht missen. Ich zou mich sterk ergissen als dat niet die electricitätszentrale is waars du nach op such bist”. De man was zo in zijn allochtone nopjes dat ie me uit dank wat verse dadels gaf. Hierna liep ie naar een Volkswagenbus en scheurde als een Turk in de richting van de schoorsteen.
Het werd tijd dat ik eens naar huis ging. De brandweer zou inmiddels wel klaar zijn met blussen. In de verte zag ik Hanenwürger-Stiif naderen. Behalve de man die de Sweder van Zuylenweg de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan deze uitvreter. Voordat hij me kon herkennen aan mijn lange regenjas, sprong ik achter een muurtje om me te verschuilen. In zichzelf (filosofisch) mompelend slenterde hij voorbij. Ik fluisterde naar hem: “Ik krijg je nog wel!”. Hij schrok zich wild, nam onmiddellijk een Zeeuwse Kung-Fu houding aan en keek met opengesperde ogen in de richting van waar het ‘commentaar’ vandaan kwam. Ik was echter al een zijstraat in gelopen. Me nog verkneukelend om mijn schelmenstreek, liep ik fluitend richting mijn huis. De ontploffing van wat later kwam nog als een verrassing.
Maar inmiddels lachen we erom.







2 Comments
Maar goed dat je doorgelopen was! Als iemand me laat schrikken kan ik nogal agressief reageren… Ik wil daar binnenkort ook een post over schrijven getiteld: “Ik liet Stiif schrikken”, het relaas van een leraar die (te) dicht bij de Amsterdamsestraatweg woonde.
Wederom een stuk waarvan ik achteraf met een glimlach op de bank bleef zitten.. Wordt het niet eens tijd om bovengronds te gaan?