Skaftafell, hoofdstad van IJslands natuurrijkdom

skaftafell gespleten gletsjer ©piet goethalsHanenwurger // IJsland ExpeditieWe verlaten het vrij stedelijke Höfn en laten onze bagage door een humeurige Terry Jones-kloon in de kofferbak zwieren. Het gletsjermeer Jökulsárlón en het Skaftafell-gebied staan hoog aangeschreven op de lijst van luie instant-reizenaars zoals ik. Wat we te zien én te horen krijgen, zal ons ongetwijfeld bijblijven. Maar dan nog kijken we slechts op het toeristische deel van een gebied dat ongetwijfeld overweldigende natuurschatten achter zijn brutale silhouetten verbergt.

Aankomen op een dure camping met een uitbater klaarblijkelijk liever dodelijk aangereden was net voor hij jou moest bedienen, en vertrekken met vers ondergoed dat je diezelfde uitbater hebt laten wassen voor je. Het geeft je een onoverwinnelijk gevoel en gezonde nachtrust.

jokulsarlon gletsjermeer skaftafell ©stv reizenaarOm acht uur is het echter uit met de rust. De bus die ons van Höfn naar Skaftafell zal brengen, vertrekt reeds om half tien. Als alle bagage in de laadruimte van de bus geflikkerd is en Terry Jones de laatste passagiers heeft geschoffeerd, kunnen we vertrekken. Het is nevelig weer en bewolkt waardoor we onze pedante oogjes moeten teleurstellen. Rond tien uur bereiken we het gletsjermeer Jökulsárlón. Het is een ijselijk stille plek met appelblauwzeegroen water met daarin massieve ijsschotsen. De ijsschotsen dobberen schijnbaar bewegingsloos door het water en sommigen hebben een licht turquoise schijn. Allemaal hebben dragen ze zwarte lavavlekken met zich mee, behalve de glasheldere stukken met een gebroken textuur. Je kan het vergelijken met een ruit uit plexiglas die net een dreun te verduren heeft gekregen.

svartifoss waterval ©stv reizenaarOm half elf -sharp- trekt Terry de bus keihard tegen zijn goesting naar Skaftafell, waar hij de vracht meurende backpackers eruit kan kippen. Eens aangekomen in Skaftafell, wordt het ons duidelijk dat het gebied ingepalmd is door de reisindustrie: een uitgestrekte camping, grote winkel, museum en een Texaanse kwatereend koortsachtig op zoek naar een knijpfles Curry Gewürz. Het doet echter niks af van de omringende schoonheid en in geen tijd staat onze tent op. Naarmate de middag nadert, stijgt de temperatuur, maar dat belet die twee meereizende gékken niet om me de steile wildernis in te jagen. Ik ben ze dankbaar. Het eerste ‘monument’, mogen we wel zeggen, is de Svartifoss. Het is een sijpelende waterval in een formatie van basaltpijpen die doen denken aan een kolossaal kerkorgel. Ik had wat meer vochtig geweld verwacht van het natuursculptuur, maar blijf wel versteld staan van de hangende basaltconstructie.

bergrichel gebergte skaftafell ©piet goethalsEnkele watervalletjes later wordt het tijd voor het betere slofwerk. Zoals gewoonlijk verdwijnen Piet en Reizenaar langzamerhand aan de horizon, terwijl ik mijn outfit tot op de milliseconde aanpas aan de wisselende weersomstandigheden. Ik beslis om de route wat af te snijden en werk me na een schier eindeloze heuvelbeklimming op een bergrichel. Daar krijg ik een korte samenvatting te zien van wat er zich allemaal bevindt in het gebied: het deltagebeid met aderende watervertakkinkjes, massief en prehistorisch ogende rhyolietbergen, overheersende gletsjertongen en de relatief dichte mosbegroeiing op de grond. Achtervolgd door rollende stenen baan ik me een weg naar de voet van de berg, zodat ik na wat stappen uitkom aan de afgrond waarin een gletsjertong gelegen is. Tijdens de tocht langs deze afgrond valt me op hoeveel geelzwarte rupsen zich op mijn pad bevinden. Ik vermoed dat het om de rups van het erwtenuiltje gaat. Een halfuur na mijn aankomst bij de tent komen ook Reizenaar en Piet met uitgewandelde ledematen toe. Hun dwangmatige neiging om het hoogste punt te halen werd belemmerd door nevel en duizelingwekkend steile hellingen. Toch zijn ze uitermate tevreden over hun expeditie en de vruchten daarvan op hun fototoestel.

De dag erop las ik een rigoureuze sabbatdag in mijn agenda. Eerst bezoeken we het museum over de uitbarsting van Grímsvötn, een vulkaan gelegen onder de ijskap van de Vatnajökull-gletsjer. De bekendste uitbarsting van de Grímsvötn vond plaats in 1996 en staat bij de IJslanders bekend als de jökulhlaup of ‘gletsjerdoorbraak’. Door het uitbarsten van de Grímsvötn smolt het ijs en stortte het smeltwater zich met een vernietigende kracht door het natuurgebied heen. In november 2004 liet de vulkaan zich nogmaals van zijn rancuneuze kant zien. Tijdens de beide gebeurtenissen vielen evenwel geen gewonden. Wel was de schade aan wegen en bruggen gigantisch.

» Bekijk hier een filmpje van de uitbarstingen.

Nog opmerkelijk aan deze vulkaan is de aanwezigheid van bacteriën in het water van de Grímsvötn-meren. Wetenschappers ontdekten dit in 2004 en leggen de link met het bacteriële leven op Mars, een planeet met gelijkaardige vulkanen en gletsjers.

In het museum treffen we ook het overgebleven gereedschap aan van twee studenten die nooit teruggekeerd zijn van hun gletsjertocht in de streek, omstreeks de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Het toeval wil dat net rond dezelfde periode dat wij in het gebied waren, er grootse zoekacties op touw gezet werden om de vermiste studenten Thomas Grundt en Matthias Hinz op te sporen. De operaties moeten kort na ons vertrek plaatsgevonden hebben. Hun tent werd teruggevonden op de Svinafellsjokull-gletsjer maar dat leverde verder geen informatie op over hun lot. De gletsjer staat bekend voor zijn diepe gletsjerspleten en heeft een heel gevaarlijke reputatie rond die tijd van het jaar.

Verder besteedt het museum aandacht aan de lokale fauna en flora, geologie, geschiedenis en merkwaardige verschijnselen zoals de verraderlijke doodijsgaten.

morsadalur kjos ©stv reizenaarNa het museumbezoek trekken Reizenaar en Piet het Morsárdalur-dal in, terwijl ik me, trouw aan de sabbat, de tent in rits met het boek ‘IJspegels aan mijn snor‘ van Tim Moore. In de namiddag besluit ik alsnog om de nabijgelegen gletsjer te bezoeken, de Skaftafellsjökull. Als ik voor het reusachtige gevaarte sta, zie ik aan de zijkant een driftig riviertje met een grillig pad naast. Het lijkt absoluut geen sinecure om het pad te volgen, maar onversaagd strompel ik de keien op en onderneem gewaagde pogingen die mij wel eens de warme en droge kleren zouden kunnen kosten. Na wat strekken, springen en schuiven kom ik op een punt waar een muur van massief ijs bedekt met een laagje zwart zand me de weg belemmert. Binnenin klinkt het holle klaterende geluid van sijpelende riviertjes door de donkere gletsjer. Er gaat een zekere aantrekkingskracht uit van de morbide ijsgewelven en hun verborgen valkuilen, maar ik weet een gezonde afstand te bewaren.

gletsjer skaftafell gletsjermeer ©piet goethalsAls Piet en Reizenaar weer opdagen na hun tocht door het dal, nodig ik ze uit om de hachelijke onderneming langs de gletsjer samen nog eens over te doen. Ik vertel hen hoe de stevige bergschoenen en de haast onscheurbare Fjällräven-broek heel goed van pas kwamen tijdens m’n middagexpeditie. Terwijl ik mijn verhaal uit de doeken doe, worden we echter skaftafellgletsjer ijs ©piet goethalsvoorbijgestoken door twee joggers in korte broek, Amon Amarth-shirtje en lichte sportslippers. Dartelend als ballerina’s hoppelen ze over mijn zogezegd haast onoverbrugbaar beulparcours om zo bij de ijsgewelven te raken. Vernederend is het, hoe ze bijna verwijfd over die stoere verhalen van me heen trippelen en terug.

skaftafellsjokul bij valavond ©stv reizenaarDe hemel reikt de avond zijn duister gewaad aan en we keren terug naar de tent, na een fotosessie aan de voet van de gletsjer. ‘s Nachts krijgen we af en toe een onweerachtig gebulder te horen in de verte. Dit is het geluid van instortende ijsformaties in de gletsjer. Omdat het massieve ijs een uitstekende geluidsgeleider is is het mogelijk om het constant bewegende ijs te horen kreunen onder de immense natuurkrachten, soms van kilometers ver.

De ochtend erop bespreken we de laatste waypoints van onze reis rondom IJsland. Daarna is het inpakken geblazen en laten we de chauffeur onze buspas aftekenen met bestemming Skógar.

skaftafell rivier ©piet goethals
Een rivier door het gebergte van Skaftafell in het post-jökulhlaup-tijdperk
(©2007 piet goethals)

Bericht op Facebook plaatsen

3 Comments

  1. Posted 30 april, 2008 at 12:24 pm | Permalink

    Bij het lezen van jullie reisverslag bekruipt me hetzelfde gevoel als…

    die keer…

    toen we met een mannetje of twintig het Wormdal gingen exploreren. Als ware pioniers knuppelden we de nog aanwezige inheemse stammen (sommige noemen het kampers) neer uit zelfverdediging. Na 3 maanden ronddolen keerden uit eindelijk met nog maar 7 mensen terug uit het woud, waarna we na een voettocht van een half uur station Eygelshoven bereikte en vanuit daar weer het veilige platgelopen pad van de bewoonde wereld bewandelde alsof het de normaalste zaak van wereld was.

  2. Posted 1 mei, 2008 at 11:44 am | Permalink

    Ja, die joggende Duitsers zorgden inderdaad voor de anticlimax bij het huiverend spannend klinkende verslag van jou vervaarlijke tocht langs de gletsjerwand Smeulders.
    Je zal met meer drama moeten afkomen wil je de volgende keer m’n wenkbrauw zich richting m’n fronsend voorhoofd zien begeven.

  3. Posted 6 mei, 2008 at 2:34 pm | Permalink

    Met veel plezier gelezen, hopelijk geraak ik daar ook ooit eens.

Post a Comment

Your email is never shared. Required fields are marked *

*
*