20 nieuwe zinnen

pruitIk was er niet meer 100% zeker van, maar ik meen ooit in een boek genaamd: 26 manieren om op een veilige manier de holocaust te ontkennen1 gelezen te hebben, dat je het ontkennen van de holocaust niet moet doen in de buurt van een brandkraan als de brandweer op het punt staat om de belendende panden van een meelfabriek nat te gaan houden. Govert-Jan, een drinkmaat van de avondschool (tuinarchitectuur) was er ondanks mijn matige protesten alles behalve van overtuigd om er mee te stoppen en strooide kwistig  met rare praatjes. “De holocaust ontkennen is zoiets als toegeven dat er kabouters bestaan…en…wel heb ik godverdomme gelijk of niet er komt er daar net één aan!!!” Een soort Lilliputter in brandweertenue kwam aanhollen met een plintenladdertje, positioneerde deze tegen de verbouwereerde GJ en versplinterde met een klauwhamer (die hij toch bekwaam verstopt had) de meniscus van mijn kompaan. Dit soort dingen gebeuren dus altijd op de dag dat ons werkgroepje examen moet afleggen op het onderdeel vormsnoei. Onze opdracht was trouwens het omtoveren van een tuinhaag tot Kasteel Neuschwanstein.

Ik sleurde de nu zeer grof jammerende GJ (iets met gas, kabouters en gevulde koeken met amandel)  mee naar één van tig ambulances die in de buurt stonden. Die brand begon een beetje uit de hand te lopen had ik het idee. Een vent in een pak van het Internationale Rode Kruis stond een sigaretje te roken. Die hield ik aan en vroeg meteen ook of ie mijn kameraad mee wilde nemen naar welk ziekenhuis dan ook. Voordat hij enigszins kon antwoorden eiste een aanhollende collega met brancard al zijn aandacht op. Op de brancard lag een voor 4/7de deel verkoolde brandweerman. Dat het een brandweerman was  zag ik aan de brandslang die hij in zijn hand vast had. “Ze houden elkaar hier lekker bezig”, zei ik op de kritische toon van een schaakverslaggever die door heeft dat beide spelers uit zijn op een eeuwige schaak . “En draai die spuit verdomme dicht, ik word zeiknat hier!”, voegde GJ vanuit de goot daaraan toe. We werden nog voordat we hulpverleners konden aanvallen door enkele politiemeneren achter een afzetlint geknuppeld. De ambulances namen intussen iedereen mee die niet meteen protesteerde en die gewond genoeg leek. Ik keek het allemaal nog even aan en zette GJ wat later op een streekbus richting streekziekenhuis, waar hij niet veel later zou overlijden aan de gevolgen van een medische misser.

Later op de avondschool verknipte ik de examenheg  tot een soort Pruitt-Igoe, waarvoor het cijfer 3 nog redelijk fair punt was. Ik hing mijn accubuxusschaar aan de wilgen en met het voornemen om voortaan mijn tijd nuttig te besteden en te investeren in het welzijn van de mensheid. En om klein te beginnen met het oprichten van een praatgroep voor slachtoffers van vallende piano’s, aambeelden, windturbinewieken, de holocaust en andere onwaarschijnlijk zware onderwerpen.

1, Door Manfred Schuster,Eerste druk, Neurenberg 1945, in het Nederlands vertaald door Onno Sprüdel.

Bericht op Facebook plaatsen

Post a Comment

Your email is never shared. Required fields are marked *

*
*