Een lang recht fietspad parallel aan een spoorweg of snelweg, meer heeft een amechtige fietser niet nodig om het rubber van zijn/haar scheurijzer eens flink tegen het asfalt te laten kietelen. Verstand op nul en karren met dat stalen ros. Zo ook Alfredo Knox op zijn 11,7 kg lichte mountainbike. Normaliter is zo’n fiets geschikter voor een wat wredere soort terrein dan asfalt en kiezel, maar met wat pit in de donder en goed materiaal zijn er weinigen die hem kunnen bijbenen op de weg. Kijk! Daar passeert net een racefiets. “Baas boven baas”, dacht Alfredo. Hij keek eens over zijn schouder of misschien een sektarische wielrenclub achter hem aan zat. Die lui verplaatsen zich immers bij voorkeur per peloton. Niets was echter minder waar. Achter hem kwam een op stoom rakende citybike met een kerel van middelbare leeftijd achter de stuurknuppel…
Alvorens we verder gaan met het wonderlijke fietsavontuur van Alfredo Knox moet gezegd worden dat er een zekere hiërarchie heerst tussen wielrenners en dan met name als het gaat om wie het snelste is. De mens op de koersfiets is zonder twijfel de koning van de weg wat betreft ongemotoriseerde voertuigen. Niemand haalt het in zijn hoofd zo iemand in te halen. Zeker ook omdat de berijders van racefietsen vrijwel geen humor hebben, zeer competitief zijn en bovendien rijden in een tenue met een door hen zelf betaalde shirtsponsor erop. Geen geklooi met dat volk, gewoon laten passeren. Desnoods een lange neus trekken.
In principe komt daarna de ligfiets, ware het niet dat ligfietsers een apart slag zijn. Het zijn de vliegende schotels van de weg. Ze duiken vanuit alle hoeken en gaten op en voordat je je realiseert wat nu vanachter die heg voorbijflitste is ‘het’ al weg. Ligfietsers zijn wel een gemakkelijke prooi voor alle gemotoriseerde verkeersdeelnemers inclusief trams en treinen. 7% van alle roadkills bestaat uit die gasten. De analogie met UFO’s is eigenlijk geheel uit de lucht gegrepen. Ligfietsers tellen niet echt mee omdat ze evolutionair gezien dichter bij de skelters, hangmatten en Fatboy loungezakken staan dan bij een fiets.
Dan komt zonder twijfel de mountainbike, niet omdat het nu perse zo’n snelle fiets is, maar omdat een goed gebouwd exemplaar er gewoon goed uitziet. En stoer ook. Een coole mountainbiker heeft schijt aan de conventionele omgangsvormen (stoplichten, hand uitsteken, fietsverlichting, mensen groeten, géén helm dragen etc.) van het wegverkeer en verdient daarom alleen al het respect van andere fietsers. Kortom het zijn de Beatniks (of gemene hufters) van het fiets- en bospad. Dit allemaal geldt alleen voor de bestuurders van echte mountainbikes, niet die Kwantumrommel met felle kleuren, opvallende voorvering, spatborden, fietsverlichting, reflectoren, fietsbel etc etc.).
Wat in de hiërarchie na de mountainbike komt is eigenlijk niet belangrijk meer, omdat zich daar een grote groep korte afstandfietsers (omafietsen, stationsbarrels, loodzware herenfietsen) en recreanten (lowriders, tandems) bevinden die qua competitie gewoon niet mee doen. Kanonnenvoer voor de echte scheurfietsen. Een vlees- noch-visfiets echter is de citybike. Die gemaakt lijkt te zijn om snel in de stad te kunnen fietsen, maar iedere fietser weet dat dat schier onmogelijk is en zeker de citybiker. Dus die gaat daarom óók in de periferie aan de slag met zijn materiaal.
En Alfredo zat nu oog in oog met zo iemand. Alfredo, aanhanger van de geldende ongeschreven regels van de fietsershiërarchie trapte de mountainbike op zijn staart. De citybiker kwam net langszij, maar Alfredo sloeg de aanval af door de grenzen van het kunnen van zijn fiets op te zoeken en bleef hem voor. Voor zich draaide in een flits een ligfietser vanuit een zijpad de weg op. Deze diskwalificeerde zich door zich uit balans te laten brengen door het aanstormende geweld. Bovendien werd hij geschept door een bromfietser met een blauw kentekenplaatje (samen met quadrijders de Josti’s onder het gemotoriseerde verkeer). Alfredo lag nog net iets voor op de krasse knar die geen moment onbenut liet om zijn bloed via zijn driedubbele bypass naar zijn longen te pompen.
Intussen kreeg Alfredo (nu rijdend in zijn zwaarste versnelling) voor zich de racefietser weer in zijn vizier. Een dilemma. Deze fietser kon hij absoluut niet inhalen, maar zijn eer stond op het spel. De citybike kwam dichter en dichter. Alfredo trapte harder en harder. De afstand tussen de drie fietsers was nog minder dan vijf meter. Alfredo kon het shirt van de racefietser inmiddels wel lezen. Antoons’ Aardappelen V.O.F. las hij. De racefiets keek maar eens om en besloot smalend om er nog eens extra aan te gaan trekken. De drie stuiterden de bebouwde kom binnen. De citybike was in zijn element en kwam langszij. Alfredo remde. De citybike kwam abrupt tot stilstand tegen een openstaande laadklep van een dubbelgeparkeerde vrachtwagen van een handelaar in aardappelen. Alfredo keek naar de ellende op de grond, schudde afkeurend zijn hoofd, keerde om en reed in de richting van zijn bestemming.







One Comment
Die tegennatuurlijke armbreuken zijn echt lachen bij zo’n laadklep-aanrijding.