Ik was net bezig met mijn eerste tweemaal daagse dosis van een nieuw experimenteel Syndroom-van-Aspergerpreparaat genaamd Aspergolux® in te nemen toen er een telefoon rinkelde (rinkelen zoals telefoons dat deden in pakweg 1983). Het bleek mijn goede vriend Eduard van Petten te zijn. Aardige kerel toch die Eduard, sjonge was ik even benieuwd wat die van me wilde. “Of ik mee ging bowlen?” Eigenlijk was ik meer het type mens dat kegelt. Niet alleen maar omdat het aloude kegelen al door generaties Choinowski’s wordt beoefend, maar vooral omdat er bij het kegelen maar één worp per beurt gegooid mag worden, wat voor een aartslui persoon als ik een doorslaggevende factor is om bowlen af te wijzen.
Niettemin sloeg ik een uitnodiging van mijn kameraad niet meteen af. Omdat ik uit principe nog nooit gebowld had en eigenlijk mijn kegelfamilie niet in verlegenheid wilde brengen (In het bijzonder mijn oudoom Gustav die in het cruciale jaar 1939 nog op de valreep regiokampioen van Sudetenland werd en niet lang daarna voor 5 jaar in een interneringskamp verdween) twijfelde ik nog even, maar de drang om te breken met de tradities van de familie en mijn leven te leven onder het motto “live life to the max” deed me besluiten om “Wel ja!” tegen Eduard te zeggen. Bovendien had hij het over twee stuks meiden die hij ergens had opgetrommeld en die ons zouden vergezellen op de bowlingbaan. Vrouwen in combinatie met zware ballen, een gladde parketvloer en alcohol (“Ze zuipen als een tempelier”, zei Eduard en hij kon het weten zijn vader was namelijk een tempelier ergens in Bhutan) als daar op zijn minst geen smalende glimlach in zit weet ik het ook niet meer. Op die bewuste donderdagavond begaf ik me richting Buffalo Bowling.
Ik arriveerde op een plaats van bestemming, haalde een halve rhododendronstruik tussen mijn wielen vandaan, zette mijn snorfiets tegen een fontein, liep een kilometer aan rondjes door een ondergrondse parkeergarage, vond de uitgang weer, parkeerde iemands fiets tegen een pletwals, liep een bowlingtent binnen om er even later weer uit getrapt te worden omdat ik tegen een personeelslid die ik verwarde met een plastic conifeer had staan urineren, werd gebeld door Eduard die me onder andere vertelde dat ik te laat was, vroeg de weg naar de juiste bowlingtent aan een gekke hoedenmaker, stapte 35 minuten later luidzingend (Goodbye’s (the saddest word), Céline Dion) de Buffalo Bowling binnen, werd door een niet-geamuseerde Eduard opgewacht, werd voorgesteld aan een stel meiden waar we het tegen op moesten nemen, groette beiden met een schaapachtige holle maar vriendelijk bedoelde blik, liet me door Eduard het spel uitleggen (“er zitten dus drie gaten in deze ballen…”), luisterde even aandachtig naar de achtergrondmuziek (Hé! hoorde ik daar niet de Donovan-klassieker Hurdy Gurdy-man in de uitvoering van de zeer onderschatte popgroep the Butthole Surfers???), begon a-ritmisch op de muziek te dansen, werd erop geattendeerd dat het mijn beurt was, gooide een bal in de richting van de bowlingbaan waarna er op miraculeuze wijze een strike ontstond (bij een stel niet-geamuseerde oorlogsveteranen die vier banen links van ons bezig waren), nam een rondje Boswandeling in ontvangst, proostte met oogcontact of waar het voor door mocht gaan, tikte nog een Aspergolux® achterover, maakte een opmerking over Eduard ontluikende bierpens, nam een tu quoque van hem in ontvangst, zocht dat op in een woordenboek, zag één van die meiden gewoonweg voor haar beurt een spare gooien, zag ook dat ik daardoor nu al aan kop ging, dronk om dit te vieren van een bitter lemon van één van de drie mannen met een paardenkop op de baan naast ons, deed een poging om op het parket te braken, incasseerde hoon, keek hoe Eduard vreselijk zijn best aan het doen was om serieus een spelletje te spelen, gooide zelf frivool nog maar eens een balletje op, zag het ding op het cranium van Eduard terechtkomen, zag dat iemand bereid was een ambulance te bellen, schoof een snel geschreven bierviltje in de handen van één die redelijk verbijsterde meiden (hoe heetten ze eigenlijk?) waarna ik het pand net zo geruisloos verliet als ik gekomen was.
En wat stond er nu op dat bierviltje?
Volgende keer ‘weer’ bowlen? 1 september 2009 (± 35 minuten na het afgesproken tijdstip), ‘Buffalo’ Bowling Utrecht. Breng een polispas van je zorgverzekering mee







One Comment
Het verhaal waarin bowlen voorkomt heeft me zeer geamuseerd. Ten eerste omdat het me deed terugdenken aan vorige week, waarin ik de film The Big Lebowksi keek (en nog veel meer andere dingen deed maar daar dacht ik n.a.v. de tekst niet aan) en aan Herman Brusselmans. Sinds vorige week (dus toch nog iets anders uit vorige week) lees ik wederom een boek van hem. Blijft schrijven!
One Trackback
[...] [Lees verder.] Laat een reactie achter [...]