Toen mij zo rond 1986 voor het eerst gevraagd werd wat ik later wilde worden antwoordde ik, op vastberaden toon en met een twinkeling in mijn ogen: “Oost-Duitse Grenswachter, het liefst in Oost-Berlijn, hoofdmeester”. Hoofdmeester Hein Fenster, een ijzervretende kolonel die in Korea nog hoogstpersoonlijk communisten uit hun holen had gerookt, was begrijpelijkerwijs niet geheel geamuseerd met mijn antwoord dat geenszins humoristische bedoeld was maar wel zo werd opgevat. Ach, we leefden in de jaren 80; Europe scoorde de ene naar de andere hit en enkele dagen ervoor was de Tsjernobyl reactor geploft, maar dat wist op die dag nog niemand. Kortom er was vrijwel niks om mee te lachen in die dagen. Dat de basisschool waarop ik zat gedurende zeker vier jaar gerenoveerd werd en dat er onder schooltijd asbestplaten werden verwijderd (lees: weggesneden) hielp ook niet echt. “Ach we hebben uns hier ein Komieker zitten. Heur eens knul…”. Fenster stopte even om te hoesten. “Ik adviseer dich serieus over je toekomst nach zu denken, anders zie ik je dieselbe doodlopende strasse inslaan als die broeder van je!”. Het was best hard om dat tegen een 6-jarige te zeggen. Mijn oudere broeder Otto had de pech om een keer tegen een heroïnespuit aan te lopen achter het station van Heerlen. Hij is er nooit meer weg gegaan. Behalve de keer dat hij per brancard naar het ziekenhuis moest worden getransporteerd vanwege een genegeerde teennagel die in een naburige teen was gegroeid. Het geklungel van het personeel in het toenmalige De Wever-ziekenhuis was genoeg om Otto voor de rest van zijn leven in een gesticht te laten resideren. Niet een figuur in wiens voetsporen je wil treden.
Niettemin had IK toch zeker wel een droom! En die probeerde ik nog uit te leggen aan Fenster, maar hij kapte me af en we gingen verder met het uitprikken van boerderijdieren op zo’n prikkussen. “Alsof ik een professie als boer ambieer”, zei ik verbijtend en mompelend en aan niemand bijzonder gericht. “Alsof ik een professie als boer ambieer!!!”, riep ik vol bravoure naar de kolonel. Die liet er wat betreft represaille geen gras over groeien en knikkerde me vanwege opruiing en communistische sympathieën (zo stond het op de brief die mijn stiefmoeder later ontving van de BVD) subiet het klaslokaal uit de aprilregen in. Huilend bonkte ik met mijn hoofd tegen de muur van het schoolgebouw waartegen de zoute tranen zich met de zure regen vermengden om samen de kiem van mijn zoete wraak te bevochtigen.
Drieënhalf jaar later op een novemberavond, toen ik ouder, wijzer en vastberadener was dan ooit, hoorde ik door een luidspreker van mijn stereotoren een verschrikkelijk nieuwsbericht… Jongensgeschreeuw galmde door de jeugdinrichting, alle vreedzame revoluties vervloekend.







6 Comments
Figuurtjes uitprikken was trouwens een uitdaging voor mensen die out of the box durfden denken.
Prikte je netjes met de regels mee, dan hield je er een lelijk gekarteld figuurtje aan over. Ging je met je naald over de randjes schuren (wat tegen de regels was), dan kreeg je een mooi figuurtje met gave rand.
Maar als ze je betrapten op dat laatste werd de priknaald uit je poten geslagen en werd je publiekelijk voor fraudeur uitgemaakt.
Toen moet het allemaal begonnen zijn.
Beste Alain Smeekens (lijkt me een Vlaamse naam), je doet leuk mee.
En ik ben in verband met de crisis benieuwd van welke soort fraude je je stiel hebt gemaakt?
Stomkopf! Dat is onze achterluitenant! Dit betekent dat hij nog onder de levenden is!
Ja klungel, verraad jij even zijn identiteit. Trouwens, moet jij je writersblock niet eens in stukken gaan hakken?
Stiif heeft nog wel een echte oost-duitse grenswachters pet voor je. Kan je je jongensdroom toch nog een keer nachleben!
Gegroet!
Jongens jongens, toch geen ruzie in de tent? En wanneer komt er weer een Nieuw Grandioos Stuk?