‘Het is allemaal mis gegaan toen er door de gemeente een glasbak direct naast mijn arbeidershuisje werd geplaatst…’ Ik probeerde deze gedachte vanachter mijn bureau verder uit te werken toen het me op begon te vallen dat al enige tijd een stagiair naar aandacht stond te solliciteren. Het was Donnie Darko, althans zo noemde ik hem als hij even niet in de buurt was of als ik niet op zijn naam kon komen wanneer iemand mij vroeg of ik wist wie de printer in de soep had gedraaid. Dat deed ik vaker, mensen bijnamen geven en zo. Zo liepen er bij ons op kantoor op een zeker moment minstens één Catweazle (Frenkie die een onvermijdelijke sik had), een zwarte ketelbinkie, (Aron, een Surinamer die je niet moest uitdagen, laat staan zwarte ketelbinkie noemen) een Bender (die gast heette gewoon Gustav Bender en had een mechanische prothese als arm, Piet piraat (gewoon een Somaliër die toevallig een ooglapje had) en een Hank Scorpio (Mijn leidinggevende die zich voortbewoog met de trekjes van een James Bondachtige superschurk) rond. Vrouwen geef ik geen bijnaam, want daar moet je mee uit kijken. Het adjunct-hoofd Vijandige Overnames heb ik wel eens gekscherend “Het mooiste meisje van het oostelijk halfrond” genoemd met als gevolg een hoop gezeur. Kennelijk was één halfrond niet genoeg voor dat narcistische wicht. Het leidde allemaal tot een gekscherend omgangsverbod (>25 meter) nadat ze eens uit feminiene dwaasheid een archiefkast omduwde waaruit ik juist vanaf de onderste plank het dossier met de bureaucratische titel “zaak 7.11 – formulieren 3b t/m 17d en 17 f t/m 25.8 aan het pakken was.
Enfin de stagiair had opmerkelijk weinig overeenkomsten met de antiheld uit de gelijknamige film. Sterker nog, hij leek meer op Luke Skywalker. Maar zo één hadden we al op de afdeling HRM (Die liep de ganse dag achter een vent met een baard aan die toevallig ook nog de algemeen-directeur was (ik noemde hem ook wel Urbanus)). Donnie Darko was de eerste naam die in me opkwam toen ik zijn hoofd zag. ‘Alsof Luke Skywalker een vliegtuigmotor met zijn slaapbeen had opgevangen’, dacht ik nog. Later bleek Donnie toch niet meer zo’n toepasselijke naam te zijn, want tsjonge het ontbrak Guido (zo heette Luke in het echte leven) werkelijk aan alle vermogens tot het ontplooien van initiatieven en andere nuttige competenties die men in de wereld van de hedgefondsen nodig heeft om zich staande te houden. Laat staan dat hij bij wijze van spreken in een anarchistische uitspatting het bedrijf onder water zou kunnen laten lopen.
‘Hé Guido’, zei ik na een te lange stilte en rolde mijn rolstoel wat naar achteren om hem wat beter te kunnen bekijken. ‘Nee, die zou ik geen tweede keer Donnie noemen’, dacht ik. Het is toch meer een soort Woody Boyd, zo met die spleet tussen zijn tanden. Nou, wat kan ik voor je doen kameraad? ‘Meneer Potter, u moet eens gauw naar de printerruimte komen!’
‘Oké jong…wat is er gebeurd?’, vroeg ik geheel terecht.
Oh dat ziet u wel, kom vlug mee!
Wacht ik duw wel even.
In de printerruimte werd ik overvallen door zeker vijf individuen die verdacht veel leken op Piet Piraat, Forrest Gump (De conciërge), Urbanus, Luke Skywalker en Bender waarbij die laatste me vastgreep met zijn ‘robotarm’. Het laatste wat ik me kan herinneren is dat iemand iets schreeuwde in de trant van: ‘Pak aan Harrie! Je hebt het verdiend! Ons een beetje in de zeik zitten nemen hè? vuile…@#$@’ en dat ik uit mijn rolstoel werd getrokken en dat ik later al liggend op de gang in de verte onze bedrijfshulpverlener zag staan: Het mooiste meisje van het oostelijk halfrond…
ah fuck…
epiloog
Toen ik aangifte ging doen en ik met een opgelopen amnesie daderprofielen moest opstellen werd ik op de één of andere manier niet helemaal serieus genomen. Mijn aangifteformulier werd verscheurd en ik kon inrukken. Om onduidelijke redenen heb ik die avond het politiebureau onder water gezet en een glasbak opgeblazen.







One Comment
Dit krijg je dus als je je poeder tevéél gaat versnijden.
Bender heerst trouwens:
“I’m gonna go build my own theme park! With blackjack and hookers! In fact, forget the park!”
Dr. Zoidberg: How do I look?
Bender: Like whale barf.
Dr. Zoidberg: Then the illusion is complete.