De Eerstvolgende Dystopie

poelietrekkerIk heb altijd al vermoed dat het onmetelijke geluk dat het winnen van de staatslotto met zich meebrengt nooit ver weg kon zijn. Dus toen ik ‘s ochtends op mijn vrije woensdag (tegenwoordig is de woensdag als werkdag afgeschaft, simpelweg omdat er geen werk meer is) het portier opende en voor de caravan van het stel kampers die doorgaan voor mijn buren, een gladjakker die ik me nog herinnerde van de TV, een waardecheque van 200 miljard gulden zag uitdelen, wist ik dat mijn voorgevoel juist was geweest, maar om te zeggen dat ik me nu gelukkiger voelde? Niet bepaald. Ik sloeg de portier van de besteleend achter me dicht en ging onder motto ik-wil-geen-deelgenoot-zijn-van-jullie-geluk-stelletje-kampers naar een ‘supermarkt’. Een enorm bewerkelijke bezigheid.

11.03

Om enigszins verteerbaar voedsel te verwerven moet je er eigenlijk al vroeg bij zijn. Om 6:00 gaan de eerste gesubsideerde winkels open en je moet niet gek opkijken als ze weer gesloten zijn rond het middaguur vanwege een gebrek aan volle schappen of uitrukkende brandweermannen. Dat ik vandaag abnormaal laat was, kwam door de baan als nachtlaborant die ik tegenwoordig heb op dinsdag (op maandag ben ik pizzakoerier met als bezorggebied de ondergelopen polders in het Noorden, op donderdag melaatsenteller op het marktplein en op vrijdagochtend werk ik op de bananenveiling als schillensorteerder waarbij mijn taak voornamelijk het wegsmijten en vermalen van de onverkoopbare zwarte exemplaren is.)

Nachtlaborant is daarvan nog de leukste, maar misschien is een archaïsch woord als ‘leuk’ een beetje ongepast. Later we zeggen dat het de minst arbeidsintensiefste is en dat je niet hoeft te werken met mensen die je naar het leven staan. Sterker nog, je zit de hele nacht hopen lichtgevende feces op soort te sorteren in een niet-geventileerde ruimte zonder ramen. Nog altijd beter dus dan met een roeibootje deegschijven met slachtafval bezorgen aan hongerige Friezen.

Enfin, ik stond voor het voedseldistributiecentrum. Iemand met een misthoorn werd door de straatkrantverkoper in het steegje naast de winkel getrokken en op een cartooneske wijze op een hoop vuilnis gesmeten. Deksels van vuilnisvaten, bananenschillen en gebruikte luiers vlogen in het rond. Daaraan voegde de straatkrantverkoper toe: “Smerige burger, ga ergens anders muziek lopen maken! Laten we wel wezen, dit is mijn stekkie!”. Ik liep al bukkend naar binnen.

11.05

Dat was niet voor niets, er vloog een rokende aubergine op ooghoogte. Ik maakte mijn gezicht schoon, trok mijn stropdas recht en hield een poelietrekker in de aanslag.

11.59

Ik had een eindelijk een Segway bemachtigd, maakte de weg vrij, groette de met honkbalknuppels uitgeruste Turkse ordehandhavers en ging op ‘avontuur’.

12.41
Ik passeerde het krantenrek waar de Telegrafen lagen. De kop schreeuwde: “Kabinet Rutte IV gevallen! De bananenschil kwam van links!“. Ik had intussen iets anders aan het hoofd. Mijn goede vriendin Doris lag met een hoofdwond om een rek met subtropisch fruit gebogen. Er lagen alleen nog spruiten in. Doris werkte voor een private reinigingsdienst die de bloemen weghaalde op plekken waar een week of wat eerder een dodelijk verkeersongeval, gaarkeukenrel of een verhuisongeluk plaats had gevonden. Ik beloofde mezelf dat ik een bloemetje voor haar zou meenemen, liet de spruiten links liggen (elitair en onbetaalbaar) en ging naar de zuivelafdeling.

13.27
De zuivelafdeling is een grote bak met ijswater waarin o.a. transparante jerrycans met melk en spuitbussen met kaas drijven. Ik keek uit naar een jerrycan met witte melk. Na een halve minuut had ik er één in de smiezen en net op het moment dat ik hem uit het water wilde vissen kreeg ik een mep op mijn vingers met een wandelstok van een grijsaard in een rolstoel. Ik verloor mijn evenwicht en schold vanaf de grond de dame uit voor o.a. ‘Vuile babyboomer!’ en ‘Smerig viswijf, ik hoop dat je ooit nog eens een goede verkrachter tegenkomt! Het mocht niet baten. Het nare besje was met rolstoel en al weggerend. Die generatie deugt voor geen ene meter concludeerde ik overbodig.

13.58
De Segway bracht me via een omweg (De vleessector was inmiddels afgesloten vanwege een uit de hand gelopen protestmars van het Front tegen het verbod op het eten van proefdieren) bij de drankenhoek. Die was akelig leeg op enkele blikken hoestsiroop na. Ik stopte er enkele in mijn mandje.

14.18
Bij het naderen van de non-foods belandde ik in een brandhaard. Het rek met weekaanbiedingen was spontaan ontbrand, werd me vertelt door een Marokkaans mannetje met een emmertje water dat dienst deed als personeelslid. Deze boze tong beweerde dat de weekaanbieding wasbenzine was, maar dat viel nu niet meer te controleren, noch tegen te spreken. Ik nam een merkloze tube importtandpasta uit een natte doos. Mijn vervoermiddel was inmiddels ook aan het branden. Ik stapte er vanaf en ging te voet verder, het dragen van mijn spullen had ik overgelaten aan een verstandelijk gehandicapte die mij al de hele dag volgde.
‘Waarom kunnen we niet allemaal vrienden worden?’, vroeg die.
‘Das war einmal, Gilbert, das war einmal’, zei ik minder enigmatisch als ik zou willen.

16.13
Na het passeren van de leeftijdscontrole voor het kopen van lijm, het moeten aanzien hoe een grote neger (was dat die nieuwe vleugelspits van FC Limburg?) van zijn al zijn snoepgoed werd beroofd door een yuppie met een aktetas en het op afstandhouden van aasgieren in de vorm van zestienjarige meisjes (leve de poelietrekker!) die het voorzien hadden op mijn pas verworven kronkelchips was het hoog tijd om af te rekenen. Van de zeven kassa’s die er hadden gestaan toen ik vanochtend binnenkwam waren er nog twee operationeel, hoewel de linker ernstig aan het roken was. Die moest ik hebben. Ook omdat de rij daar het minst lang was…

En we weten allemaal wat dat betekent!
17.20
De bejaarde voor me had een aantal items niet gewogen (met name suiker, bonen, linzen, Kukident en spruiten), wist niet hoe ze de OV-chipkaart moest gebruiken om te betalen, liet een pak griesmeel vallen tussen de lopende band en beledigde terloops een Turks beveiliger, die maar meteen iedereen begon af te rossen die ook maar in de buurt van de geëxpireerde taart stond.

Ikzelf had me een half uur van te voren via Doris’ lijkenzak en een brancard naar buiten laten smokkelen en kreeg weinig mee van wat later de meest ‘dope’ voedselrellen van 2017 zouden worden genoemd.

Bericht op Facebook plaatsen

One Comment

  1. Posted 20 juni, 2010 at 10:53 pm | Permalink

    De Turken zullen in meerdere dystopieën een hoofdrol gaan vervullen, vermoed ik.

Post a Comment

Your email is never shared. Required fields are marked *

*
*