Recensie Arcade Fire – The Suburbs

ArcadeFire“Zo’n derde album is altijd lastig”, zei Opa Smelzer een keer tegen zijn nukkige derde zoon, hij trok nog een keer aan zijn sigaar, stapte op zijn motorfiets en reed in een rotvaart terug naar Zuid-Portugal alwaar hij samen met zijn eerste vrouw haar pensioengeld met wagonladingen naar een niet geheel zuiver casino bracht. Ik keek die Edgar (zo heette die derde zoon) eens aan en vroeg hem of ie mij kon vertellen waar de meterkast was, want ik was er immers om de meter op te nemen. Edgar knarste nog eens met zijn tanden en wees me zwijgzaam waar ik die redelijk anonieme kast kon vinden. “00050385 op de teller, daar gaan ze bij de Nuon blij mee zijn”, had ik kunnen denken als mijn gedachten niet zo op de inboedel gefocust waren.

En even later stond ik alweer buiten en telde mijn buit. Met de drie bloeddiamanten en wat Engelse drop vertrok ik naar Montréal alwaar ik middels een slimme deal met een Palestijnse tapijtenverkoper zijn zaak over nam (Hij een stuk niet-bestaand land, ik zijn handel). Nu zat ik met een tapijtenhandel in een NAVO-land terwijl ik in mijn Poolse hart een vurig Warschau-pact aanhanger was. Zo eentje die elke gelegenheid aangrijpt om de Internationale te zingen. Zoals in 1989 nog op de kermis van Scheemda tijdens de Miss Scheemda-verkiezing. De rest van de rode boeren volgde al snel en het werd zo’n gezellige boel vol zang, dans en linkse praatjes dat niemand door had dat het jong van Martien Falangsma onder aanstormende troep Solex-rijdersclub belandde. Bij het ochtendgloren werd hij in een akker wat verderop door een jager gevonden. Ikzelf was hem bij het krieken van de ochtend met een tas vol gesigneerde postgirocheques geknepen, geen slecht begin van een glansvolle carrière als charlatan.

Die tapijtenhandel deed het verrassend goed, zeker nadat ik de naam Yussuf Achram Carpets van de gevel had gekrast en hem had vervangen door de naam Adolf Butler’s Record Store. Ja, de tapijten had ik van de hand gedaan nadat er allerlei exoten in bleken te zitten, en dan heb ik het niet over kruipdieren uit China, maar heuse mensen. Dus nadat ik de gele mannetjes uit de tapijten had geklopt en ze in Parc du Mont-Royal had verbrand (de tapijten) kocht ik een lading (van de wagon gevallen) geluidsdragers en begon zo een platenzaak.

Toen op een dag een vent voor mijn deur stond die vroeg of ik de eerste demo-CD van hun rockgroepje wilde verkopen in mijn zaak, vroeg ik: “Why in god’s name, I already have albums to sell”.

Aaah come on mister, we have the same name, that just has to create some kind of a bond! Ik wist niet waar die lelijke vent het over had. Hij liet me zijn Bibliotheek pas zien: Bibliothèque de Montréal.
Yes and? You read books?
No…eh Yes, but look at the name…
Win Butler?
Yesss
Are you joking?! You think I…stop stop stop we gaan terug over op Nederlands want ik heb nog meer te doen vandaag (Iets met eieren, drie ons bloem, roze glazuur en een vijl)

Je maakt een grapje, vriend?! Probeer je op basis van je niet zo heel erg bijzondere naam mij over te halen je bandje te pluggen?
…Eh mais non, je suis…
Raus! Raus! imbécile!

Zo verdween die Win Butler in de vroege middag.

De rest van de dag verkocht ik alleen nog een CD-tje van een rockgroep genaamd Nickelback. Die hadden net hun derde plaat uit. Wat een ellendige rotmuziek komt er toch uit dit land…

Dat Adolf Butler’s Record Store rond half zes met een tankwagen werd opgeblazen zou daar niks mee te maken mogen hebben.
—————————————————————————————————————
WAT GEEN RECENSIE?!

Rustig, rustig… hier!

Bericht op Facebook plaatsen

Post a Comment

Your email is never shared. Required fields are marked *

*
*